Bijna 35 jaar tussen mens en dier: Ingrid neemt afscheid

Bijna 35 jaar tussen mens en dier: Ingrid neemt afscheid

met Geen reacties

⏳ Leestijd 14 minuten

Op 1 december 1991 begon Ingrid als dierenartsassistente in Lelystad. Bijna 35 jaar later komt er een einde aan haar lange loopbaan in de diergeneeskunde. Ze maakte de ontwikkeling mee van open spreekuren en één computer aan de balie tot een moderne dierenkliniek waarin paraveterinairen een belangrijke rol hebben in de medische zorg. Maar misschien zag ze nog wel iets belangrijkers veranderen: de manier waarop we naar dieren kijken en met ze omgaan. Nu haar pensioen nadert, kijken we samen met Ingrid terug op bijna 35 jaar dierenzorg in Lelystad.

Van ‘veredelde schoonmaakster’ naar paraveterinair

Op 1 december 1991 begon Ingrid bij dierenartsen Arie Binksma en Jan Jansen in Lelystad. De praktijk was van oorsprong een gemengde praktijk, waar zowel landbouwhuisdieren als gezelschapsdieren werden behandeld.

Ingrid werd de tweede assistente, naast Marijke Karper, die nog altijd als paraveterinair in Lelystad werkt. Het team was overzichtelijk: twee dierenartsen en twee assistentes.

En het werk van zo’n assistente? Dat zag er behoorlijk anders uit dan dat van een paraveterinair anno 2026. “Ik was eigenlijk een soort veredelde schoonmaakster”, vertelt Ingrid lachend.

De assistentes maakten schoon, ondersteunden de dierenartsen, maakten rekeningen en zorgden dat medicijnen klaarstonden. Ook de administratie ging op een manier die we ons tegenwoordig nauwelijks meer kunnen voorstellen. Er was één computer en die stond bij de balie.

Tijdens het open spreekuur schreven Ingrid en Marijke op een briefje welk dier er kwam en hoe de eigenaar heette. De briefjes werden op volgorde van binnenkomst voor de dierenarts neergelegd. Die schreef zijn bevindingen en behandeling erop, waarna de assistentes alles in de computer invoerden.

En zo’n open spreekuur kon behoorlijk druk worden. Soms stond de rij met dieren en eigenaren tot buiten en moesten mensen meer dan een uur wachten.

Een vak én een praktijk in ontwikkeling

Ingrid maakte vervolgens vrijwel de hele ontwikkeling van de gezelschapsdiergeneeskunde in Lelystad van dichtbij mee.

Begin jaren negentig brak er brand uit in het pand aan de Kempenaar. Het team moest tijdelijk verder werken vanuit een noodgebouw achter de praktijk. Ingrid omschreef het later als ‘kamperen’.

Rond 1995 werd de gemengde praktijk gesplitst. Ingrid bleef samen met Marijke bij dierenarts Arie Binksma, die zich ging richten op gezelschapsdieren. Dierenartsenpraktijk De Kempenaar groeide in de jaren daarna verder.

Ook medisch veranderde er steeds meer. Er kwam gasnarcose, nieuwe bewakingsapparatuur en betere röntgenapparatuur. Bloedonderzoek was nog een kwestie van geduld: het bloed werd opgestuurd naar een laboratorium en op een uitslag moest meestal twee dagen worden gewacht.

In 2009 begon opnieuw een nieuw hoofdstuk. Dierenartsenpraktijk De Kempenaar werd overgenomen door dierenartsen Sander van der Wal, Jochem de Jong en Deborah Heemskerk. De praktijk kreeg later de naam Dierenartsen Lelystad en verhuisde ongeveer honderd meter verderop naar Kempenaar 03-01. Daar werd een moderne dierenkliniek neergezet.

Ingrid verhuisde mee en groeide opnieuw met de praktijk én haar vak mee.

Als je de Ingrid uit 1991 één dag zou laten meelopen in een dierenkliniek van nu, wat zou haar dan het meeste verbazen?

“Vooral hoeveel de zorg voor dieren veranderd is. Er is tegenwoordig veel meer aandacht voor het dier zelf en voor wie dat dier is. We gaan bijvoorbeeld heel anders om met een hond of kat die bang is.

Daar ben ik echt heel blij mee. Vroeger was het soms best lastig dat je over de grenzen van zo’n dier heen moest gaan. Een dier moest onderzocht of behandeld worden en dan werd het vastgehouden en moest het simpelweg gebeuren.

Nu weten we veel beter wat angst met een dier doet. Door rust te nemen, een dier wat meer tijd te geven en onze aanpak aan te passen, krijgen we vaak precies hetzelfde voor elkaar. Maar dan zonder al die angst en strijd. Dat vind ik echt een hele mooie ontwikkeling.”

Welke ontwikkeling binnen de diergeneeskunde vind jij zelf het meest bijzonder als je terugkijkt?

“Dat er tegenwoordig zóveel meer mogelijk is. We kunnen veel meer betekenen voor huisdieren dan toen ik begon. Diagnoses kunnen veel sneller worden gesteld en de mogelijkheden voor behandeling zijn enorm uitgebreid.

Maar ook ons eigen beroep is ontzettend veranderd. Als paraveterinairen kunnen en mogen we nu zoveel meer dan vroeger. We hebben veel meer kennis en verantwoordelijkheden gekregen en kunnen veel meer zelf doen in de zorg voor onze patiënten. Dat maakt ons beroep echt heel bijzonder en vooral heel erg leuk.”

Wat heeft ervoor gezorgd dat je het vak zo lang met plezier hebt gedaan?

“Juist dat er steeds meer taken en verantwoordelijkheden bij de paraveterinair kwamen te liggen. Laboratoriumonderzoek bijvoorbeeld, maar ook anesthesie. Daar moesten we steeds meer van weten, juist omdat anesthesie uitgebreider en veiliger werd.

Maar ook het werken met de dieren zelf bleef natuurlijk leuk. Ik kreeg bijvoorbeeld mijn eigen spreekuren met pups en kittens. En het informeren en begeleiden van huisdiereigenaren werd een steeds groter onderdeel van mijn werk.

Er bleef eigenlijk altijd wel iets nieuws om te leren of iets waarin je jezelf verder kon ontwikkelen. Dat heeft het vak voor mij al die jaren interessant gehouden.”

Van de Kempenaar naar Uw Dierenarts

In 2021 veranderde er opnieuw veel. De maatschap van Dierenartsen Lelystad splitste en Sander startte aan de Schoepenweg met Uw Dierenarts. En Ingrid ging met hem mee.

Daarmee begon ze, na op dat moment al bijna dertig jaar in de Lelystadse diergeneeskunde te hebben gewerkt, opnieuw aan een nieuw hoofdstuk.

Binnen het team van Uw Dierenarts kreeg Ingrid een waardevolle plek. Ze bleef doen wat ze al die jaren had gedaan: zorgen voor dieren, eigenaren begeleiden en haar kennis en ervaring delen met collega’s.

Zijn er dieren of eigenaren uit al die jaren die je nooit bent vergeten?

“Er zijn echt zóveel momenten en dieren die ik me kan herinneren. Marijke en ik hebben weleens tegen elkaar gezegd dat we eigenlijk dingen hadden moeten opschrijven. Niet alleen omdat we er inmiddels waarschijnlijk een boek mee zouden kunnen vullen, maar ook gewoon om al die verhalen te onthouden. In bijna 35 jaar maak je zoveel mee en natuurlijk zakt er door de jaren heen ook weer van alles weg.

Maar een nacht die me altijd is bijgebleven, was een nachtdienst samen met dierenarts Anna. Er werd een Rottweiler binnengebracht met een maagtorsie. Dat is een levensbedreigende situatie waarbij je snel moet handelen. De hond moest geopereerd worden, maar Anna had op dat moment nog nooit zelf zo’n operatie uitgevoerd.

Sander woonde destijds nog in Utrecht. Hij werd midden in de nacht gebeld en is direct in de auto gestapt om naar Lelystad te komen en te helpen. Ondertussen konden wij natuurlijk niet wachten. Anna en ik zijn alvast begonnen met alles wat nodig was om de hond voor te bereiden en te stabiliseren.

Het werd uiteindelijk een heel bijzondere nacht. Natuurlijk in de eerste plaats omdat de Rottweiler de operatie heeft overleefd. Maar wat mij vooral is bijgebleven, is dat we daar met elkaar stonden: twee nog jonge dierenartsen en ik als paraveterinair. Iedereen deed wat nodig was en samen hebben we die hond erdoorheen geholpen.

Dat zijn van die momenten die je niet meer vergeet. En toch denk ik nu: hadden Marijke en ik al die andere verhalen maar opgeschreven.”

Wat vond jij in al die jaren het moeilijkste aan je werk?

“De moeilijkste momenten waren voor mij eigenlijk de momenten waarop ik merkte dat ik bepaalde werkzaamheden niet meer zo goed kon doen en ermee moest stoppen.

Dat begon bijvoorbeeld met de diensten, die op een gegeven moment niet meer lukten. Maar later waren het ook kleinere dingen. Een dier goed vasthouden voor een bloedafname bijvoorbeeld. Dingen die jarenlang zo vanzelfsprekend waren geweest, werden ineens niet meer vanzelfsprekend.

En ik heb altijd ontzettend graag in de operatiekamer gewerkt. Dat was echt een onderdeel van mijn werk waar ik van genoot. Toen dat niet meer ging zoals ik wilde en ik daar steeds meer afscheid van moest nemen, vond ik dat heel moeilijk.

Misschien waren dat uiteindelijk wel de moeilijkste momenten: niet één bepaalde gebeurtenis, maar steeds een stukje moeten loslaten van het werk dat ik zo lang met heel veel plezier heb gedaan.”

Wat zou je een paraveterinair die vandaag net begint willen meegeven?

“Neem je tijd en geniet vooral van alles wat je in dit vak mag en kunt doen. Er zijn zoveel mogelijkheden.

Ga ook op zoek naar een werkplek waar je gewaardeerd wordt. Een plek waar niet alleen wordt gekeken naar wat je kunt en welke taken je uitvoert, maar ook naar jou als persoon en naar wat jij nodig hebt om goed te kunnen functioneren.

Wees kritisch op jezelf én op de mensen om je heen. En laat je stem horen als je denkt dat je iets waardevols kunt bijdragen. Je hoeft echt niet alles meteen te weten of te kunnen. Leer van je collega’s, geef het aan als je iets spannend vindt en vraag om hulp als je die nodig hebt.

Sta ondertussen ook stil bij de kleine momenten waarop iets lukt. Een dier dat je goed hebt kunnen helpen, een fijn gesprek met een eigenaar of iets wat je voor het eerst zelfstandig hebt gedaan. Geniet daarvan.

En misschien is dat wel het belangrijkste wat ik wil meegeven: je hoeft het niet alleen te doen. Je werkt samen. Maak daar gebruik van.”

Wat kun je als paraveterinair nooit uit een boek of tijdens een opleiding leren?

“Hoe je met de eigenaren van de dieren omgaat. Gelukkig is het eigenlijk bijna altijd heel fijn om met mensen te werken. Maar als een dier ziek is of er zorgen zijn, kunnen emoties natuurlijk hoog oplopen. Je krijgt te maken met verdriet en angst, maar soms ook met frustratie of boosheid.

Wat je op zo’n moment doet, wat je zegt en vooral hóé je iets zegt, kan bepalen of zo’n gesprek goed verloopt. Dat kun je niet volledig uit een boek leren. Daar heb je ervaring voor nodig.

In al die bijna 35 jaar heb ik één keer meegemaakt dat ik mij echt bedreigd voelde door een eigenaar. Gelukkig had ik op dat moment al heel wat jaren ervaring en stonden mijn collega’s direct naast mij. Maar het heeft diepe indruk op mij gemaakt.

Als zoiets je overkomt wanneer je net van school komt en je hebt op dat moment geen ervaren collega naast je staan, dan kan ik heel goed begrijpen dat je denkt: wil ik dit werk eigenlijk nog wel doen?

Juist daarom vind ik het zo belangrijk dat we jonge paraveterinairen hierin begeleiden. Bespreek met elkaar wat er gebeurt. Praat na over moeilijke situaties en leer van ervaren collega’s hoe zij zulke gesprekken voeren. Soms gaat een gesprek goed en soms achteraf gezien misschien minder goed. Ook daar kun je samen van leren.

Omgaan met mensen, emoties en moeilijke gesprekken: dat leer je uiteindelijk vooral in de praktijk, met en van je collega’s. Dat staat niet in de boeken.”

Toen veranderde ineens alles

In het voorjaar van 2025 kwam Ingrids werkende leven onverwacht tot stilstand. Na een hartinfarct en een operatie volgde een lange periode van herstel.

Dat herstel kostte tijd. Veel meer tijd dan ze wilde.

Vanuit Uw Dierenarts kreeg Ingrid alle ruimte om die tijd ook daadwerkelijk te nemen. Er werd geen datum aan haar terugkeer gekoppeld en geen druk gelegd op het aantal uren dat ze weer zou moeten kunnen werken. Herstellen kwam op de eerste plaats.

Eind 2025 lukte het om voorzichtig weer een paar uur te komen werken. Langzaam bouwde Ingrid haar werkzaamheden verder op. Ze deed er alles aan om weer terug te keren, maar op volle sterkte werken bleek uiteindelijk niet meer haalbaar.

Dat maakt haar laatste periode bij Uw Dierenarts anders dan ze zich enkele jaren geleden waarschijnlijk had voorgesteld. Tegelijkertijd zijn we ontzettend blij dat Ingrid de afgelopen maanden weer onderdeel kon zijn van het dagelijks leven in de kliniek en op haar eigen manier een bijdrage kon leveren.

Nu is het tijd voor een volgend hoofdstuk.

Wanneer wist je: het is mooi geweest, ik ben klaar voor mijn pensioen?

“Voor mijn hartinfarct had ik helemaal niet het idee dat ik klaar was voor mijn pensioen. Er was nog zoveel te doen in het vak en binnen Uw Dierenarts.”

De periode daarna veranderde haar perspectief.

“Doordat ik zo langzaam weer ben gaan werken, heb ik eigenlijk ook langzaam afscheid kunnen nemen van mijn werkende leven. En nu kijk ik met heel veel plezier uit naar mijn pensioen. Er is gewoon zoveel meer te doen dan alleen werken!”

Wat ga je absoluut niet missen?

Daar hoeft Ingrid niet heel lang over na te denken: het vroege opstaan en om half 9 beginnen in de kliniek.

Jarenlang reed ze vanuit haar woonplaats Ens naar Lelystad. De afstand en het heen en weer rijden vormden eigenlijk nooit een probleem, maar iedere ochtend vroeg opstaan om op tijd in de kliniek te zijn? Dat mag straks best verleden tijd zijn.

En wat ga je wél missen?

“Mijn collega’s. En vooral het fijne team waarin ik de laatste jaren heb mogen werken.”

Ingrid kijkt daarbij met veel dankbaarheid terug op de periode na haar hartinfarct. “De ruimte en tijd die ik van Uw Dierenarts heb gekregen om terug te keren naar mijn werk, hebben voor mij echt als een cadeau gevoeld.”

Tijdens haar revalidatie ontmoette ze ook andere mensen die na ziekte weer moesten terugkeren naar hun werk. Daar zag ze dat zo’n traject ook heel anders kan verlopen.

“Er is nooit druk op mij gelegd. Ik kreeg de tijd om te herstellen en mocht in mijn eigen tempo ontdekken wat nog wel en niet mogelijk was. Ik ben mij er heel erg van bewust hoe fijn mijn werkgevers daarin voor mij zijn geweest.”

Misschien heeft juist die ruimte er ook voor gezorgd dat Ingrid nu op een goede manier afscheid kan nemen. Niet omdat ze niet meer wilde werken, maar omdat de afgelopen periode haar langzaam heeft laten ervaren dat er ook een leven ná het werk op haar wacht.

Bijna 35 jaar dierenzorg in Lelystad

Van twee dierenartsen en twee assistentes tot een moderne dierenkliniek. Van briefjes op de balie tot uitgebreide digitale patiëntendossiers. Van bloed opsturen en dagen wachten op een uitslag tot onderzoeken die direct in de kliniek kunnen worden uitgevoerd. En van een assistente die zichzelf lachend een ‘veredelde schoonmaakster’ noemt tot een paraveterinair met eigen medische verantwoordelijkheden en spreekuren.

Ingrid heeft het allemaal meegemaakt.

Maar misschien zit de grootste verandering wel in iets dat niet met apparatuur of medische mogelijkheden te maken heeft. In de aandacht voor het individuele dier. Rust nemen. Angst herkennen. Niet alleen kijken naar wat er medisch moet gebeuren, maar ook naar hoe we dat voor het dier zo prettig mogelijk kunnen doen.

En in het besef dat goede diergeneeskunde uiteindelijk ook mensenwerk is. Dat je moet leren luisteren, communiceren en samenwerken. Dat je van elkaar moet kunnen leren en soms letterlijk naast een collega moet gaan staan wanneer die dat nodig heeft.

Dat laatste loopt eigenlijk als een rode draad door Ingrids verhaal. Van die bijzondere nacht met een Rottweiler en twee jonge dierenartsen tot haar advies aan de paraveterinair die vandaag voor het eerst een dierenkliniek binnenstapt: je hoeft het niet alleen te doen. En misschien gold dat de afgelopen anderhalf jaar ook wel voor Ingrid zelf.

Na bijna 35 jaar zorgen voor dieren en hun eigenaren kreeg zij de tijd en ruimte om een keer niet voor een ander te hoeven zorgen, maar om zelf te herstellen. De terugkeer werd niet helemaal zoals ze had gehoopt, maar ze kon wel weer terugkomen. We zijn dankbaar dat ze de afgelopen maanden opnieuw onderdeel is geweest van ons team en op haar manier heeft kunnen bijdragen aan de kliniek.

Nu is het echt tijd voor een volgend hoofdstuk. Na bijna 35 jaar dierenzorg in Lelystad mag Ingrid gaan genieten van haar pensioen.

En die wekker? Die mag ’s ochtends gewoon uitblijven.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *